Gezondheidsaspecten
U vindt hier enige informatie over gezondheidaspecten van Boston terriërs.
Gezondheid van Boston terriërs
De gezondheid van dit ras verdient de hoogste aandacht. Wij proberen er alles aan te doen om het ras gezond en actief te houden. Er zijn relatief weinig erfelijke ziekten bij Boston terriërs.

 

Aandoeningen waarvan we weten dat ze voor kunnen komen bij dit ras zijn erfelijke cataract (blindheid op jeugdige leeftijd), patella luxatie (bewegelijkheid van de knieschijf).
Ik vind het erg belangrijk om de bestaande ziekten zoveel mogelijk uit onze genenpoel te krijgen. Daarom laat ik de ouderdieren testen op erfelijke ziekten voor deze voor de fok worden ingezet.
Mijn honden zijn op volgende aandoeningen getest en vrij verklaard.

Erfelijke jeugd cataract door middel van DNA test
Ogen test op eventuele andere oogziekten door oogspecialist
Patella luxatie, al mijn honden scoren 0/0


Hoewel er veel onderzoek naar erfelijke aandoeningen wordt gedaan, wil testen niet altijd een garantie geven, maar je weet in ieder geval dat je op het moment van fokken, er alles aan gedaan hebt om dit op een verantwoordelijke manier te doen.

Jeugdige erfelijke cataract bij Boston terriers

Jeugdige erfelijke cataract bij Boston terriërs is een aandoening waarbij de hond op jeugdige leeftijd blind wordt.
De oorzaak van deze ziekte is de mutatie van de structuur van één bepaald gen.
Deze mutatie is waarschijnlijk spontaan ontstaan bij één hond en is zo in de populatie vererft van generatie op generatie.
De aandoening heeft een autosomaal recessieve wijze van overerving, dat betekent dat twee kopieën van de genafwijking (één geërfd van elke ouder) aanwezig moeten zijn voor deze ziekte kan ontstaan.
Honden met een kopie van het defecte gen en een kopie van het normale gen - genaamd dragers - vertonen geen symptomen, maar kunnen de genafwijking wel doorgeven aan hun nageslacht.
Wanneer twee ogenschijnlijk gezonde dragers gekruist worden, zal (gemiddeld) 25% van de nakomelingen getroffen worden door de ziekte, 25% zal vrij zijn en de resterende 50% zal zelf drager zijn.

In de meeste gevallen zal er een veel groter aantal dragers dan besmette dieren in een populatie bestaan.
De mutatie die verantwoordelijk is voor de ziekte is onlangs geïdentificeerd bij het laboratorium van de Animal Health Trust, England, zij hebben een DNA-test ontwikkeld die het gen kan identificeren.
Volgende categorieën kunnen voorkomen:
De hond is vrij: de hond heeft 2 kopieën van het normale gen en zal de ziekte niet ontwikkelen, noch doorgeven aan één van zijn nakomelingen.
De hond is drager: de hond heeft een exemplaar van het normale gen en een kopie van het gemuteerde gen. Hij zal de ziekte zelf niet krijgen maar kan het gen tot 50% (gemiddeld) aan zijn nakomelingen doorgeven.
De hond is lijder: de hond heeft twee exemplaren van het gemuteerde gen en wordt getroffen door de ziekte.
Dragers kunnen eventueel gekruist worden met vrije honden, indien deze honden op een ander gebied een grote positieve bijdrage aan het ras leveren.
Gemiddeld zijn 50% puppies van zo'n nestje vrij en 50% dragers, er kunnen geen lijders uit voortkomen.
Pups uit deze combinatie die ingezet worden voor de fok kunnen zelf DNA getest worden om te bepalen of ze vrij zijn of drager.
Toch blijft het belangrijk om dragers zoveel mogelijk uit een fokpopulatie te weren omdat zij alsnog bij een verkeerde combinatie lijders kunnen produceren.


Knieschijfverplaatsing of patella luxatie

Het meest voorkomende orthopedisch probleem bij de Boston Teriër is patella luxatie. De patella van een hond is het equivalent van de menselijke knie, deze bevindt zich bij de hond aan de achterpoten. Patella luxatie betekent een loszittende knieschijf.
De meest voorkomende vorm is de luxatie naar mediaal, dit wil zeggen dat de knieschijf naar de binnenkant van de knie wegschiet.
De oorzaak van het probleem kan van traumatische aard zijn, maar vaker is het genetisch van aard.
Hierbij wordt de patella luxatie veroorzaakt door genetisch bepaalde anatomische afwijkingen.
Zo kan de tibia (het stukje bot waar de knieepees aan vast zit) te veel naar binnen staan waardoor de knieschijf buiten de kraakbeensleuf gedwongen wordt.
Bij sommige honden is dan weer de sleuf in het dijbeenbot niet diep genoeg waardoor de Patella uit die sleuf kan glijden.
Onderverdeling in de ernst van luxatie
Patella luxatie kan in verschillende gradaties voorkomen, van heel af en toe tot het permanent verplaatsen van de knieschijf op de verkeerde plaats.
We maken de volgende onderverdeling hierin:
Graad 1
De knieschijf is te luxeren, bij een gestrekte poot is het mogelijk om de knieschijf met de hand te verplaatsen. Wanneer de poot weer in de normale stand staat schiet de knieschijf vanzelf weer terug.
Graad 2
Hierbij schiet de patella er regelmatig naast en blijft dan in geluxeerde positie, voor kortere of langere tijd.
Sommige honden "zetten" de knieschijf zelf weer op de plaats door de poot naar achteren te strekken. Door het regelmatig op en af schieten van de knieschijf ontstaan er kraakbeen deformiteiten, artrose en afvlakking van de kraakbeensleuf.
Graad 3
De knieschijf is permanent geluxeerd, wanneer de knieschijf weer in de goede positie gezet wordt schiet deze er vanzelf weer uit. De kraakbeensleuf is ondiep of zelfs afgevlakt.
De poot wordt wel belast maar staat vaak in doorgebogen positie.
Graad 4
De knieschijf is permanent geluxeerd en de kraakbeensleuf is afgevlakt of schuin aflopend. Honden houden de poot omhoog of bij beiderzijdse luxatie lopen ze extreem afwijkend wijdbeens.
Deze verschillende gradaties van luxatie variëren van behandeling graad 1 waarbij de hond geen last heeft en de knieschijf zich nauwelijks verplaatst, tot graad 4 waarbij enkel chirurgisch ingegrepen kan worden.